فكذبوهما فكانوا من المهلكين ٤٨
فَكَذَّبُوهُمَا فَكَانُوا۟ مِنَ ٱلْمُهْلَكِينَ ٤٨

٤٨

Daarom loochenden zij hen beiden en behoorden toen tot de vernietigden.
Tafseers
Lessen
Reflecties
Notes placeholders